Caching

Een cache (spreek uit: kesj) is een kortetermijngeheugen in een computer dat snel toegankelijk is.

Wanneer informatie kan worden verkregen via een langzame procedure, en het is bekend dat die informatie enige tijd niet zal veranderen, kan het resultaat worden onthouden zodat het later nog eens kan worden opgevraagd, maar dan zonder de langzame procedure te herhalen. Dit principe heet een cache.

Zo heeft tegenwoordig (anno 2003) elke processor in een computer een cachegeheugen. Dit is veel sneller dan het gewone RAM-geheugen, maar kan niet zoveel gegevens bewaren. Het cachegeheugen kopieert op verzoek een deel uit het langzamere RAM, waarna het sneller toegankelijk is voor de processor (zie ook geheugenhiërarchie).

Ook een harde schijf heeft een cachegeheugen, zodat informatie die voor de tweede keer wordt opgevraagd razendsnel beschikbaar is.

Cacheing komt ook voor in netwerken. Zo kan een proxyserver een webpagina cachen, zodat deze sneller toegankelijk is. Ook Domain Name Servers gebruiken cacheing.

Ook browsers maken vaak gebruik van deze techniek: als een website opgehaald wordt, worden de afgebeelde pagina's direct opgeslagen in het lokale geheugen. Als een eerder opgevraagde pagina daarna nogmaals opgevraagd wordt, kan de versie die in het geheugen van de browser aanwezig is meteen weergegeven worden. De browser hoeft deze keer de pagina niet vanaf het langzamere internet te laden. Een nadeel van het gebruik van een webcache kan zijn dat de inhoud van de internetpagina intussen al veranderd is, waardoor de gebruiker mogelijk een oudere versie van de betreffende pagina ziet.

Met speciale zogenaamde HTTP-headervelden kan de webserver per pagina aangeven hoelang deze 'houdbaar' is en wanneer de browser moet controleren of er een nieuwe versie van het document op de server aanwezig is.